Misra is een van de populairste richtlijnen voor C-code om bugs te vermijden. Na acht jaar kwam half maart de nieuwe versie uit, onder meer met ondersteuning voor C:99. Misra-specialist Paul Burden van Programming Research legt uit wat de standaard precies behelst en wat er allemaal is veranderd in de 2012-versie.
Eenieder die C-code klopt voor missiekritieke embedded systemen heeft een goede kans dat hij zich moet houden aan de Misra-standaarden: een set restricties waarmee het iets moeilijker wordt om veelgemaakte fouten ook daadwerkelijk te begaan. Oorspronkelijk werd de standaard opgesteld door een groep Britse leveranciers in de automotivesector, maar ondertussen zijn de richtlijnen tot ver buiten deze markt verspreid. Uit een recente inventarisatie van VDC Research bleek dat de helft van de bedrijven die een codeerrichtlijn gebruiken hun eigen standaard ontwikkelen, maar daarna is Misra-C veruit het populairst met een aandeel van bijna achttien procent. Bovendien zijn de interne richtlijnen vaak ook weer op Misra-C gebaseerd.
De Misra-richtlijnen werden oorspronkelijk in 1998 gepubliceerd en in 2004 aangepast aan de voortschrijdende inzichten. Dat gebeurt nu opnieuw: op 18 maart is de Misra-C:2012-richtlijn gepubliceerd. Bits&Chips sprak met Paul Burden van Programming Research, dat onder meer tools ontwikkelt om broncode op het naleven van Misra en andere codeerstandaarden te controleren. Als lid van het standaardisatiecommité was Burden betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe versie.
