Een van de tradities van het volleybalteam waar ik in speel, is de jaarlijkse mosselavond. Samen met onze partners genieten we dan van diverse mosselrecepten. De laatste keer vroeg de vriendin van de buitenaanvaller wat voor werk ik nou eigenlijk deed. Tja, leg dat nu maar eens uit aan iemand die niets weet over softwareontwikkeling.
Mosselen met blauwschimmelkaas brachten redding. Dat recept staat al een aantal jaren op het menu en is geëvolueerd tot wat het nu is. Sommige aanpassingen waren een succes. Als een toevoeging minder geslaagd bleek, gingen we weer terug naar een vorige versie om van daaruit verder te experimenteren. Met het recept als configuratie-item, de chef-kok in de dubbelrol van configuratiemanager (beheer van recept) en programmeur (schrijver van het recept), de kok die het gerecht bereidt als buildengineer en de gasten als tester heb ik in Jip-en-Janneketaal kunnen uitleggen wat mijn werk ongeveer inhoudt.
Toen ik ‘s avonds terug naar huis fietste, bedacht ik me dat we als configuratiemanager nog wat kunnen leren van onze culinaire evenknie, vooral op het gebied van in- en uitgangscontroles. Zo zal een kok nooit concessies doen aan de kwaliteit. Aan de inkomende kant zal hij de beste ingrediënten kiezen en aan de uitgaande kant een perfecte maaltijd. Zijn de ingrediënten niet goed, dan wordt er niet betaald of, in het uiterste geval, een nieuwe leverancier gezocht. Is het eindproduct niet goed, dan merkt de kok dat ook direct aan klachten uit het restaurant of een slechte recensie.