Het maken en bedienen van licht heeft de laatste jaren vele veranderingen doorgemaakt: van gloeilampen naar leds, van bedraad naar draadloos en van schakelaars naar apps op je smartphone. Henk Stevens van Philips Lighting beschrijft welke gevolgen dit heeft gehad voor de ontwikkeling.
Nog niet zo lang geleden was de bediening van lampen eenvoudig. Op de muur zat een knop waarmee we het licht handmatig aan of uit konden doen. Deze schakelaar zette voedingsspanning op de bron of haalde die ervan af. Die bron was een gloeilamp, een fluorescentielamp of een high-intensity discharge-lamp (HID).
Professionele toepassingen gebruikten vooral fluorescentie- en HID-lampen. Deze hadden een specifieke aansturing nodig om ervoor te zorgen dat ze operationeel bleven: een zogeheten elektronisch voorschakelapparaat. Met spoelen en trafo’s was dit apparaat voornamelijk elektromagnetisch van aard. Later, toen de koperprijzen omhooggingen, werden de aansturingen elektronisch, maar ze bleven analoog. Vanaf dat moment waren de lichtbronnen ook (analoog) te dimmen via een 0 tot 10 V interface en was eenvoudige groepscontrole mogelijk.
