Celbiologen van de Universiteit van Amsterdam hebben een methode ontwikkeld waarmee ze cellen tot tien keer langer kunnen bestuderen onder een fluorescentiemicroscoop. Nikon heeft het principe in productie genomen. ’Zij verkopen het als extra kastje voor hun eigen microscopen‘, vertelt Erik Manders van de UvA.
Fluorescentiemicroscopie is een belangrijk gereedschap voor celbiologen. Het maakt gebruik van fluorescente kleurstoffen, die licht uitzenden als ze met ander licht van een specifieke golflengte worden beschenen. Voor microscopietoepassingen zijn deze kleurstoffen gekoppeld aan moleculen die aan specifieke celonderdelen binden zoals het celskelet. Door alleen de fluorescente golflengte te detecteren zijn deze celonderdelen geïsoleerd van hun omgeving te bekijken. Onderzoekers kunnen daarmee structuren die relatief diep in een weefsel liggen gedetailleerd bekijken zonder last te hebben van het bovenliggende celmateriaal.
Daarvoor is wel een speciale vorm van microscopie nodig, namelijk confocale laserscanningmicroscopie (CLSM). Een laser volgt hier een tweedimensionaal rasterpatroon om het weefsel punt voor punt te belichten. Een lichtdetector vangt de fluorescentie voor elk van deze pixels op waardoor er uiteindelijk een afbeelding ontstaat. Door de microscoop steeds opnieuw scherp te stellen op een andere diepte krijgen onderzoekers een stapel plaatjes waaruit ze een driedimensionaal beeld kunnen vormen.
