Het kwam aan als een mokerslag bij de Europese politiek en de auto-industrie: Bosch trekt zijn handen af van accucellen. Anderen nemen de handschoen op, maar staan onder grote druk van buitenlandse firma’s.
‘We moeten batterijcellen begrijpen, maar we hoeven ze niet zelf te maken’. Met deze woorden sloeg Rolf Bulander, baas van de Mobility Solutions-divisie van Robert Bosch, een flinke deuk in de ambities van de Europese Commissie. Bang dat Europa een markt van naar schatting meer dan 250 miljard euro misloopt en dat de auto-industrie voor een kerntechnologie afhankelijk wordt van Amerikaanse en Aziatische bedrijven, probeert de Commissie Europese accufabrieken van de grond te krijgen. ‘Deze technologie is te belangrijk om te importeren’, zei eurocommissaris Maroš Šefčovič vorig jaar tegen de Süddeutsche Zeitung.
Šefčovič pleit voor een ‘Airbus voor batterijen’, waarin partijen uit heel Europa bij elkaar komen om gezamenlijk een vuist te maken – zoals de vliegtuigindustrie dat eerder deed. De politicus heeft echter erkend dat het erom gaat dat fabrieken er komen, niet dat die allemaal door hetzelfde bedrijf worden gerund.

