Legid brengt een algemeen smartcardplatform op de markt voor persoonsidentificatie via een publieke-sleutelinfrastructuur (PKI). ’Het systeem is heel breed inzetbaar‘, zegt commercieel directeur Will Kamminga van Legid. ’Van digitale handtekeningen tot simkaarten of toegangscontrole bij stadions of chemische complexen.‘
Het systeem, onder de naam Mijnding, bestaat uit een smartcard en een kaartlezer. De smartcard bevat een processor en geheugen. In principe zijn de persoonsgegevens niet op de kaart opgeslagen, maar op de server van een externe partij: Trustcenter. Daardoor is persoonsinformatie ook niet uit de kaart te peuteren.
Het systeem gaat uit van drie sleutels: een toegangssleutel die uiteindelijk wordt aangeboden aan de toepassing, zoals het toegangspoortje of een database, en een aan elkaar gekoppelde publieke en privésleutel voor de identificatie. In het geheugen van de kaart zijn de geheime privésleutel en de publieke sleutel van een gebruiker opgeslagen. De publieke sleutel is ook bekend bij de server. Op het moment dat een gebruiker zich wil identificeren, stuurt de terminal via internet het identificatienummer van de kaart naar de database om de toegangssleutel op te vragen. Na succesvolle identificatie codeert de server deze toegangssleutel met de openbare sleutel van de gebruiker. Deze wordt naar de terminal teruggestuurd. De toegangssleutel kan alleen worden uitgepakt met een combinatie van de openbare én de geheime sleutel, alleen door de smartcard dus. Pas na het ingeven van de pincode in de kaartlezer wordt de processor op de smartcard geactiveerd. Doordat de eigenaar van de kaart zelf zijn pincode heeft verzonnen, is hij ook de enige die de processor de opdracht kan geven om te ontsleutelen. Dit systeem bewijst dus zowel de aanwezigheid van het individu als de identiteit.
