Intel heeft een siliciumlaser gemaakt die vrij is van allerlei exotische en dure hulpmaterialen. Dat is niet alleen een wetenschappelijke maar ook een psychologische doorbraak, vindt onderzoeker Mario Paniccia van Intel. ’Niemand dacht dat het mogelijk was. Normaalgesproken heeft silicium helemaal geen goede optische eigenschappen.‘
In september vorig jaar presenteerden wetenschappers van Intel nog een hybride laser. Daarin maakt de stof indiumfosfide het licht, dat in een kanaaltje uitgegraven in silicium wordt versterkt tot een laserstraal. Helemaal nieuw was die vinding toen niet, maar voor het eerst kwam er laserlicht uit silicium zonder een externe lichtbron in te hoeven schakelen. Het aanzetten van een elektrisch stroompje was genoeg om het licht aan te doen.
In de vinding beschreven in Nature Photonics doen de Intels onderzoekers een stapje terug. Ze hebben wel weer een externe lichtbron nodig, maar het vrij kostbare indiumfosfide konden ze weglaten. Als fel licht op de lithografisch aangebrachte siliciumkanaaltjes valt, gaan de atomen trillen. Met de energie van die vibraties worden fotonen gemaakt, die zich vervolgens op dezelfde manier als de hybride laser versterken tot een laserstraal. Zo‘n zogenaamde Raman-laser is niets bijzonders, hoewel het voor silicium tot 2004 duurde voordat researchers ermee op de proppen kwamen. Dat prototype kwam ook uit de stallen van Intel, overigens.
