Na maanden getouwtrek heeft Microsoft eindelijk een plaatsje op de XO weten te veroveren, de ’100-dollarlaptop‘ bedoeld voor kinderen in ontwikkelingslanden. Het MIT-initiatief hield altijd vast aan Linux en andere open-source applicaties, waar de gebruikers van kunnen leren en op voort kunnen bouwen. Bovendien zou gesloten software ze voor het onderhoud onafhankelijk maken.
Verschillende regeringen vroegen echter om een meer gangbaar besturingssysteem. Daarvoor maakt Microsoft nu een uitgeklede versie van Windows XP en Office beschikbaar. Daarmee komt het OLPC-project er bekaaid van af. In vroege gesprekken over het ontwerp van de laptop bood Microsoft aan om Windows CE te draaien en de broncode gedeeltelijk beschikbaar te maken. Daar is nu geen sprake van. Per verkocht exemplaar strijkt de Redmondse softwarereus drie dollar op. In totaal kosten de Windows-XO‘s twintig dollar meer; XP heeft krachtiger hardware nodig.
De XO-laptop is het geesteskind van Nicolas Negroponte van het MIT Media Lab. Hij startte het One Laptop Per Child-project (OLPC) om kinderen in ontwikkelingslanden te voorzien van computerinfrastructuur. Daarmee moeten ze zelf kunnen leren, is de gedachte. De laptop is klein, energiezuinig, beschikt over meshnetwerkmogelijkheden en heeft een speelgoedachtig uiterlijk. Voornaamste kenmerk is dat het apparaat zeer goedkoop is, door een slim ontwerp en grote volumes. Daarvoor doet de OLPC-organisatie voornamelijk zaken met de regeringen van ontwikkelingslanden. Het doel is 100 dollar. De kosten liggen nu meer richting 200 dollar.
