Het komende decennium is de uitdaging om te gaan met schaarste aan grondstoffen, energie, water en menskracht. Grondstoffen en water zijn gerelateerd aan energie en ons energieprobleem is op termijn, zeg veertig jaar, oplosbaar. Mijn stelling is dat wij met bits en chips een veel grotere bijdrage kunnen leveren aan een soepelere transitie. Onze uitdaging: dingen veel slimmer en kleiner maken.
Zo schrijf ik deze column op een netbook van 300 euro, een kilo zwaar met een 10 inch scherm, die maar 33 watt gebruikt. Dat is flink minder dan een desktop vol ventilatoren met een voeding van 450 watt en een lcd-scherm van 50 watt. Een factor twintig minder, zelfs. Oké, het scherm is ook twee keer kleiner, dus een factor tien is eerlijker. Nog even wachten op de juiste led-verlichting in huis en ik kan als individu al op onderdelen een factor tien besparen. Als dat lukt, worden zonnepanelen op het dak ook zinvol, want bij het huidige energieverbruik zet een investering van 15 duizend euro in panelen geen zoden aan de dijk. Als ik tien keer minder elektra verbruik, is het een no-brainer. Elektronica en enige software helpen hier slim met energie om te gaan.
Maar waarom is die auto nog zo‘n slurper? Zelfs wachtend voor het stoplicht schijnt een moderne auto met allerlei opties al tweeduizend watt te verbruiken. Zonder daarop een factor tien te besparen, wordt de elektrische auto nooit een succes. Even een rekensommetje dat de nutsbedrijven voor ons verzwijgen. Een elektrische auto heeft voor honderd kilometer ongeveer 24 kilowattuur nodig. Dat is een zeer aantrekkelijke business voor nutsbedrijven, want 24 kilowattuur krijg je door acht uur lang drieduizend watt uit het stopcontact te trekken. Bij 220 volt is dat nog altijd 16 ampère, acht uur lang! Snelladen is ook mogelijk, maar het warmteverlies neemt kwadratisch toe met de laadsnelheid. Of stel dat parallel laden mogelijk is, dan trekt het oplaadsnoer 8 x 16 = 128 ampère bij 220V. Dit is de keerzijde van elektrische rijden die niemand vertelt.