Via Android luisteren we in onze auto al naar onze muziek, navigeren we naar onze bestemming, voeren we telefoongesprekken en zien we hoe snel we rijden. Voor de niet-zichtbare systemen ligt het platform echter minder voor de hand. Maar ook daar bieden de uitgebreide set componenten en de eenvoudigheid van Java als programmeertaal voordelen, betoogt Martijn van Rheenen van ICT.
De geschiedenis in een notendop: sinds computers hun intrede deden in onze auto‘s, is er veel veranderd. Fabrikanten zien steeds meer mogelijkheden om met behulp van die computers en de bijbehorende software hun eigen voertuigen veiliger, slimmer en zuiniger te maken. Er wordt steeds meer functionaliteit bedacht voor die software, die daardoor een waardevoller, maar zeker ook complexer en ingewikkelder onderdeel is geworden van onze huidige auto‘s.
In het begin werd gebouwd op zelf ontwikkelde hardware, bestuurd door zelf ontwikkelde software en zelfs specifiek gebouwde besturingssystemen. Uiteraard was deze situatie verre van ideaal: nieuwe programmeurs hadden veel inleertijd nodig en er was niet echt sprake van een standaard. Toen de software complexer en uitgebreider werd, werd het onderhouden van de code dan ook steeds moeilijker. Zo was er al snel behoefte aan een meer standaard OS om verder op te bouwen. In die tijd zag de automotivewereld Linux nog niet als een stabiel en professioneel alternatief, dus werd er gekozen voor Windows CE.
