De Europese Commissie schakelt topeconomen in om een economisch model te ontwikkelen waarin de impact van investeringen in onderzoek en innovatie is opgenomen. Dat zegt EU-topambtenaar Robert-Jan Smits vandaag in het Financieele Dagblad. In de modellen die de meeste Europese landen hanteren, waaronder dat van het CPB in Nederland, vormen uitgaven aan onderzoek in wezen een kostenpost, omdat ze zich pas op lange termijn terugbetalen. De remt de politieke motivatie om deze uitgaven te doen.
Brussel neemt dit initiatief omdat r&d-uitgaven in de meeste landen zich niet naar wens ontwikkelen. EU-lidstaten hebben afgesproken om in 2020 drie procent van het bbp in r&d te steken, nadat dezelfde ambitie overigens vorig decennium niet werd gehaald. Het Europees gemiddelde ligt nu op 2,01 procent en ‘als je de tekenen ziet, dan gaan we 2020 ook niet redden’, zegt Smits in het FD.
Het Nederlandse investeringsniveau ligt een fractie onder het Europese gemiddelde, maar Den Haag legt de lat met 2,5 procent van bbp lager dan de meeste landen. Het Rathenau-instituut toonde zich eerder pessimistisch dat zelfs deze gereduceerde doelstelling zal worden gehaald. De overheid bezuinigt de komende jaren op innovatie waar er jaarlijks zevenhonderd miljoen bij zou moeten, terwijl het bedrijfsleven zijn r&d-uitgaven met vier miljard euro per jaar zou moeten opvoeren, naar tien miljard euro jaar.
