De Chinese overheid maakt dit jaar 7,5 miljard euro vrij voor wetenschappelijk en technologisch onderzoek. Dat is 19,2 procent meer dan vorig jaar. ’China is op een punt gekomen waar het zijn afhankelijkheid van wetenschappelijke en technologische voortgang en innovatie moet vergroten om de sociale en economische ontwikkeling voort te stuwen‘, hield premier Wen Jiabao het Nationale Congres voor bij de presentatie van het komende vijfjarenplan. Het Congres functioneert als China‘s parlement. Op 14 maart stemde het met de voorstellen in.
Jiabao zei verder dat lokale overheden hun uitgaven aan wetenschap en technologie moeten verhogen. Ook wil de regering bedrijven stimuleren om meer nadruk op R&D te leggen. ’Zonder voortgang in wetenschap en technologie zal het erg moeilijk zijn om ons doel van een rijke samenleving te halen‘, zei Xu Guanhua, de Chinese minister van Wetenschap en Technologie. Op het moment komt de economische groei voornamelijk uit goedkope productie voor buitenlandse bedrijven, maar het land denkt dat dit geen duurzame strategie is. ’Door de toename in arbeidskosten verzwakt ons relatieve voordeel‘, zei Guanhua. ’We hebben geen keus.‘ Over vijftien jaar wil China 2,5 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) aan R&D uitgeven. In 2002 lag dat getal op 1,23 procent.
In zijn toespraak maakte Jiabao duidelijk dat hij niet alleen inzet op een technologische toppositie maar ook ambities heeft om op puur wetenschappelijk gebied te groeien. Volgens de Chinese premier zal een gedeelte van de investering naar theoretisch onderzoek, sociale wetenschappen en filosofie gaan.