China wil een nieuwe stap zetten in zijn industriële ontwikkeling, maar het Westen ageert steeds luider tegen de manier waarop. Komen economische relaties onder druk te staan?
China wil niet alleen maar spullen met kleine marges maken. Een van de grootste prioriteiten in het huidige vijfjarenplan (2016 – 2020) is dan ook modernisering van de industrie. In tien hightechsectoren ambieert China in 2025 voor een groot deel zelfvoorzienend te zijn: Chinese bedrijven maken dan niet alleen hightech producten als productiemachines, robots, elektrische auto’s en vliegtuigen maar ook de daarvoor benodigde chips, componenten en materialen.
Willen en kunnen zijn twee verschillende dingen – zeker in een land waar nog vaak een bureaucraat en niet de markt winnaars en verliezers bepaalt – maar Chinese bedrijven die over een klein decennium zeventig tot tachtig procent van de binnenlandse markt zouden moeten controleren: het leidt begrijpelijkerwijs tot grote zorgen bij westerse bedrijven. Zij vrezen buitenspel te worden gezet door de Chinese overheid, die niet alleen miljarden pompt in hun Chinese concurrenten maar ook met grote zakken geld in het Westen shopt voor technologie. Op den duur kunnen markten daardoor ontwricht raken.

