Achtergrond

Coverity scant de kwaliteit van grote codebases

Koen Vervloesem
Reading time: 7 minutes

’Given enough eyeballs, all bugs are shallow‘ is het mantra van de opensourcebeweging. Ontwikkelaars hebben vaak echter niet genoeg ogen om fouten in grote hoeveelheden code te vinden. Statische analyse schiet dan te hulp. Veel projecten, opensource én propriëtair, steunen daarvoor op Coverity.

Coverity ontstond in het Computer Systems Laboratory van Stanford University in Palo Alto, Californië. Het vlaggenschip van het bedrijf is zijn Static Analysis Verification Engine (Save), die statische analyse uitvoert van broncode in C, C++, C# en Java. Hierbij wordt de code op fouten gecheckt zonder die daadwerkelijk te executeren.

Tot de gebruikers van Coverity behoren heel wat hightechbedrijven: op de website staan onder meer Nasa, Broadcom, NXP, Siemens en Tomtom. Het bedrijf gaat er prat op dat het de volledige top tien in consumentenelektronica als klant heeft, evenals de top tien in ruimtevaart en defensie en acht van de toptienbedrijven in telecom. Bij het grote publiek is het echter vooral bekend van toen het Department of Homeland Security in januari 2006 maar liefst 1,24 miljoen dollar schonk aan de universiteit van Stanford, diens spin-off Coverity en Symantec om de veiligheid van opensourceprojecten te scannen. Dat was geen liefdadigheid van de Amerikaanse overheid. De reden dat ze er geld in stak, is eenvoudig: heel wat van de infrastructuur van de VS draait op opensource software, bijvoorbeeld de DNS-servers en internetbackbones.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one for just €20 for the first year and enjoy all the benefits.

Login

Related content