Gebruikers van fruitsorteersystemen willen steeds meer niet-standaard functionaliteit. Daarom heeft de ontwikkelafdeling van het Eindhovense Ellips haar werkwijze veranderd en een dataflowomgeving ingevoerd. Jeroen Hilgers beschrijft de nieuwe aanpak en de resultaten.
Een paar jaar geleden kon Ellips als leverancier van sorteersystemen voor fruit nog volstaan met de meting van maat, gewicht en kleur. Tegenwoordig moeten we ook defecten als rotte plekjes, scheuren en hagelschade detecteren. Bovendien vragen gebruikers steeds vaker maatwerk. Zo wil een Noord-Duitse klant een bonkig soort appels kunnen verwerken, een klant in Zuid-Amerika schimmelinfecties kunnen opsporen op sinaasappels en een Australische klant zelfs abalones sorteren, een eetbare soort zeeslak.
Door het groeiende eisenpakket moet onze ontwikkelafdeling steeds complexere beeldbewerkingsalgoritmes leveren. Daarnaast moeten we steeds vaker klantspecifieke aanpassingen aanbrengen. Om aan deze behoeftes te voldoen, hebben we onze ontwikkelmethode veranderd: we hebben een zogeheten dataflowomgeving opgezet, waarin de focus niet langer ligt op het aaneenrijgen van C++-statements maar op het modelleren van gegevensstromen door het systeem.
