In 2007 liet de Europese Commissie een studie uitvoeren naar het energieverlies als gevolg van elektronische apparatuur die uit of stand-by staat. In die toestand biedt het apparaat veelal geen functie, maar verbruikt het wel continu energie. Of beter gezegd: het verliest energie. Het resultaat van het onderzoek: in de Europese Unie verspillen we gemiddeld zo‘n 47 TWh per jaar. Wanneer we geen maatregelen nemen, zal dit tegen 2020 zijn gestegen tot zo‘n 49 TWh. Niet zo gek dat het beperken van dit stand-by- en off-verlies hoog op de Europese milieuagenda staat.
Tot voor kort konden we bij het ontwerpen van een apparaat min of meer zelf bepalen hoe energievriendelijk we het wilden hebben, welke componenten we bijvoorbeeld voor een netvoeding gebruikten en welk concept het beste bij een businesscase paste. Of het apparaat milieuverantwoord was ontworpen, bijvoorbeeld omdat het verbruik tijdens productie, vervoer, gebruik en recycling optimaal was gekozen, werd aan onszelf overgelaten. Op basis van deze milieuaspecten konden sommigen van ons zich in de markt onderscheiden doordat ze hiervoor, in tegenstelling tot de concurrentie, wel striktere ontwerpregels hadden.
Welnu, dit onderscheid en het enigszins vrijblijvende karakter is vanaf begin dit jaar veranderd als gevolg van Ecodesign-richtlijn 2009/125/EC. Deze richtlijn stelt eisen inzake het ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde elektrische en elektronische producten, waarbij concrete, productspecifieke eisen zijn opgenomen in aparte verordeningen. Zo is de laatste tijd al een aantal verordeningen gepubliceerd die doorlopend de technische eisen voor sommige producten fundamenteel opschroeven.