Opinie

Een klap van de molen

Anton Duisterwinkel werkt bij TNO en Innovationquarter.

Reading time: 3 minutes

Stel je eens voor dat de bevolking in Holland luidkeels had geprotesteerd tegen de komst van de windmolens toen ze rond 1600 begonnen met inpolderen. Horizonvervuiling! Die arme vogels! Geen duurzaam hout! En dat bestuurders daar hun oren naar hadden laten hangen. Wat zou er dan geworden zijn van Nederland?

Je moet weten dat Holland toen te maken had met flinke problemen als gevolg van grootschalige turfwinning. Daardoor ontstonden grote meren, zoals het Haarlemmermeer, die bij storm en ontij een bedreiging vormden voor het omliggende land. Verzilting, verdroging van moerassen, het turf dat zo goed als was opgestookt en dus een tekort aan energie. En dan had de pest ook nog eens flink huisgehouden onder de beroepsbevolking.

Er was behoefte aan nieuwe energiebronnen, eenvoudig te bewerken landbouwgrond en mechanisatie. Windmolens waren daar simpelweg voor nodig. En gelukkig kwamen ze er ook. Ze vormden de basis voor een nieuwe economie, inclusief export van boter en kaas. Die leverde het startkapitaal, in geld en in kundigheid van internationale handel, voor de gouden eeuw. Lees het boek van Michael Pye er maar eens op na: ‘Aan de rand van de Wereld: hoe de Noordzee ons vormde’.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one for just €20 for the first year and enjoy all the benefits.

Login

Related content