Opinie

Europese sterktes

Kees Beenakker is hoogleraar elektrotechniek aan de TU Delft en directeur van het TU Delft Beijing Research Centre.

Reading time: 3 minutes

Europa discussieert al geruime tijd over hoe het nou verder moet met de fabricage van geïntegreerde circuits. De productie in Europa zakt steeds verder weg ten faveure van Aziatische en Amerikaanse bedrijven. De apparatuurfabrikanten doen het daarentegen heel goed, met als indrukwekkend voorbeeld ASML. Rond deze tijd is in Shanghai de Semicon China en het is altijd weer een genoegen te zien hoe Nederlandse bedrijven daar hun partij meeblazen. Is dan de conclusie dat we wel productiemachines kunnen maken, maar niet concurrerend micro-elektronica kunnen produceren?

Ik neig ernaar deze vraag met ja te beantwoorden. In de jaren tachtig was ik bij Philips Semiconductors verantwoordelijk voor de ontwikkeling van packaging– en assemblagetechnologieën voor een aantal fabrieken, waarvan verreweg de grootste stond in Kaohsiung, Taiwan. In Nijmegen wilden we toen een assemblagefabriek opstarten als moederbedrijf, dicht bij de ontwikkeling en met snelle doorlooptijd. Om een lang verhaal kort te maken: de performance in Taiwan was zeer veel beter dan in Nijmegen.

Daarna hebben we pogingen zien stranden om een SRam-chip te maken (het Mega-project van Philips) en om, in dezelfde proeffabriek, flat panel displays te ontwikkelen. En dan praat ik nog niet over het GL10-project, een poging midden jaren tachtig om een compactdisclaser voor tien gulden (!) te maken. Het ligt kennelijk niet in onze aard om de duizenden processtappen en procescontroles die nodig zijn om een IC te maken voldoende gedisciplineerd uit te voeren.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one for just €20 for the first year and enjoy all the benefits.

Login

Related content