Afgelopen weekend is na een lang ziekbed Dennis Ritchie overleden. De Amerikaan was de geestelijk vader van de programmeertaal C en leidde de ontwikkeling van het Unix-besturingssysteem. Ritchie heeft verschillende onderscheidingen gekregen voor zijn werk, waaronder de Turing Award in 1983, het lidmaatschap van de National Academy of Engineering in 1988 en de National Medal of Technology in 1999. Hij is zeventig jaar geworden.
Na aan Harvard te zijn gepromoveerd in de natuurkunde begon Ritchie zijn carrière in 1967 bij Bell Labs. Twee jaar later stond hij daar aan de wieg van Unix, samen met collega‘s als Brian Kernighan en Ken Thompson. De eerste kernel schreven ze in assembly, maar om meer controle te hebben over de data, gingen ze op zoek naar een taal van hoger niveau. Na een tweede versie in Fortran, die ze ook niet zo geslaagd vonden, kwam Ritchie in 1970 op de proppen met C. Daarbij had hij zich gebaseerd op een eerdere creatie van Thompson, die B was gedoopt naar diens vrouw Bonnie dan wel naar de in Cambridge ontwikkelde taal BCPL – over de herkomst van de naam doen verschillende verhalen de ronde.
Waar B runtime werd vertaald naar machinecode door een apart op de CPU draaiende interpreter (geïnterpreteerd), wordt C vóór uitvoer al omgezet (gecompileerd) naar een formaat dat de processor direct snapt. Behalve flexibel was de nieuwe taal daardoor ook snel genoeg voor het doel dat Ritchie en Thompson voor ogen hadden: het schrijven van Unix. C was voor die tijd heel high-level maar zit naar de huidige maatstaven nog steeds vrij dicht op de hardware. Ritchie heeft zelf altijd gegrapt dat C de kracht heeft van assembly en het gemak van … assembly.

