De afgelopen maanden hebben twee Amerikaanse bedrijven hun FPGA-gebaseerde coprocessoren voor AMD‘s Opteron-processor gepresenteerd. De producten van DRC Computer en Xtremedata passen in een standaard 940 pin processorsocket en zijn te programmeren voor specifieke taken. Beide versnellers gebruiken de Hypertransport-bus en hebben daarmee toegang tot het complete systeem, waaronder het geheugen. Daardoor zijn multiprocessor-moederborden op eenvoudige manier uit te breiden met een chip voor specifieke toepassingen. De DRC100- en DRC110-coprocessoren van DRC zijn gebaseerd op Virtex4-FPGA‘s van Xilinx. Xtremedata gebruikt een Altera Stratix II voor zijn XD1000. Beide modules beschikken over eigen SRam, variërend van 4 tot 64 Mbyte. De versie van Xtremedata beschikt bovendien over 32 Mbyte aan flashgeheugen om FPGA-configuraties of applicatiedata op te slaan. Deze co-processor wordt geleverd met de ontwikkeltools van Altera, waaronder de SOPC-builder en de softcore-CPU Nios II. Ook wordt een Linux-driver meegeleverd. De module gebruikt de EP2S180-FPGA die over 179 duizend logische elementen beschikt. Daarnaast heeft de XD1000 een JTag-interface en een I2C-bus.
De ondersteuningsprocessoren van DRC zijn gebaseerd op de LX60- en de LX160-FPGA‘s met respectievelijk 60 duizend en 152 duizend logische cellen. Daarmee claimt het bedrijf een versnelling van 10 tot 100 keer voor specifieke toepassingen. De module wordt met Xilinx-tools en Linux-drivers geleverd. Daarmee kunnen ontwikkelaars FPGA-code schrijven in C, C++ en Handel-C. Onlangs kondigde het bedrijf samen met de Britse toolmaker Celoxica een kant-en-klare ontwikkel-pc aan. Xtremedata heeft ook een dergelijk platform beschikbaar.
AMD ziet wel brood in deze eenvoudige manier van uitbreiden. Begin juni onthulde de chipfabrikant zijn Torrenza-platform, waarmee het specifieke delen van zijn processorarchitectuur openzet. Hierdoor moet het in de toekomst eenvoudiger wordt voor derde partijen om coprocessoren te ontwikkelen.
