De eerste klap is een daalder waard, weet ook Hans Clevers. In zijn eerste interview sinds bekend was gemaakt dat hij DWDD-president Robbert Dijkgraaf opvolgt bij de KNAW zei de wereldberoemde ontdekker van de darmstamcel spottend dat ’een groot Nederlands bedrijf mijn lab echt niet had kunnen opdragen die te ontdekken‘. Nee toch, hoorde je de industrie meteen denken, weer zo‘n gesubsidieerde hobbyist die geen oog heeft voor onze behoeftes. Zo iemand die het topsectorbeleid niet begrijpt.
Maar vergis u niet, Clevers is misschien een wetenschapper in hart en nieren, hij is geen vreemde van de toepassing. Zijn onderzoek leidde tot de oprichting van het succesvolle biotechbedrijf Crucell, de jongste onderneming in de top tien van grootste Nederlandse bedrijfsmatige R&D‘ers. Clevers heeft dus op voorhand een goede achtergrond voor iemand die de wetenschap gaat vertegenwoordigen in een kennissysteem waarin bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen worden geacht elkaar steeds steviger te omhelzen.
Ik heb eerder de indruk dat juist het bedrijfsleven niet begrijpt wat het topsectorbeleid werkelijk inhoudt. Minister Verhagen doet in essentie drie dingen. Een: hij verplicht kennisinstellingen meer te luisteren naar de wensen van bedrijven. Twee: hij bezuinigt op onderzoek en innovatie, met name op de publieke kennisinfrastructuur. En drie: hij stimuleert via de fiscus deelname van bedrijven aan publiek-private projecten. Dit alles, heeft de bewindsman bij herhaling gezegd, moet de totale uitgaven aan onderzoek en innovatie in Nederland doen groeien. Verhagen verwacht met andere woorden dat bedrijven zijn bezuinigingen in de publieke sfeer compenseren.

