Bij Bits&Chips hebben we de Nederlandse taal hoog in het vaandel staan. We doen ons uiterste best om techniek te verwoorden in begrijpelijk en mooi Nederlands, en het Engels daarbij buiten de deur te houden, zo goed en zo kwaad als het kan. Onlangs hebben we echter besloten die deur van het slot te halen.
Al ruim zestien jaar streven wij ernaar om Engelse vaktermen zo veel mogelijk te vernederlandsen. Door onze Nederlandse en Vlaamse lezers te bedienen in hun moerstaal blijven we uit het vaarwater van Engelstalige bolwerken als de EE Times. In de hightech, waar Engels de lingua franca is, is dat zeker geen sinecure. De ene keer levert ons taalpurisme ons complimenten op, de andere keer scheve gezichten, en heel soms krijgen we de verwijtende vraag of wij onszelf eigenlijk wel serieus nemen.
Zo recht in de leer als in de begintijd zijn we echter allang niet meer: waar we toen steevast opteerden voor ‘flitsgeheugen’ of ‘waakhond’, geven we tegenwoordig de voorkeur aan ‘flash’ en ‘watchdog’. En ‘raamwerk’ of ‘zendontvanger’ wisselen we nu veel gemakkelijker af met ‘framework’ en ‘transceiver’. De afkortingen van soortnamen als ‘chief executive officer’ en ‘random access memory’ schrijven we inmiddels zelfs helemaal met kleine letters, hoewel de door ons zo gekoesterde Dikke van Dale daar nog allemaal kapitalen dicteert.
