Software is een steeds grotere kostenpost bij de ontwikkeling van hoogwaardige apparaten. De Nederlandse hightechbedrijven houden de kwaliteit van de code dan ook nauwlettend in de gaten. Maar hoe doen ze dat en welke tools gebruiken ze? Tiobe geeft een overzicht op basis van de 220 miljoen regels industriële code die het elke dag doormeet.
Softwarekwaliteit is een moeilijk te definiëren begrip. Gelukkig bestaat er een standaard die houvast biedt: Iso 25010 (de opvolger van Iso 9126). Deze beschrijft acht kwaliteitsattributen: functionele geschiktheid, betrouwbaarheid, prestatie-efficiëntie, operationaliteit, veiligheid, compatibiliteit, onderhoudbaarheid en overdraagbaarheid. Dat lijkt heel mooi, maar de standaard legt niet uit hoe we deze attributen kunnen meten. Terwijl daar nu juist veel behoefte aan is. Een zoektocht naar vakliteratuur die kan helpen bij de selectie van de juiste metrieken levert ook weinig tot niets op.
Om hier een mouw aan te passen, hebben we bij Tiobe de acht meest gebruikte softwaremetrieken geselecteerd en afgebeeld op de Iso-kwaliteitsattributen (Figuur 1). We hebben ervoor gekozen om alleen metrieken te accepteren die automatisch te meten zijn en die een directe relatie hebben met de geschreven code. Op dit moment zijn dat: code coverage, abstracte interpretatie, cyclomatische complexiteit, compilerwaarschuwingen, codeduplicatie, codeerstandaarden, fan out en dode code. Hiermee kunnen we nog niet alle attributen meten (zie weer Figuur 1), maar het is een begin. Het is de bedoeling om deze set in de loop der tijd aan te scherpen.

