De Koninklijke Marine stapt over op industriële computers van National Instruments om de mainframes op schepen te onderhouden. Het gaat om systemen op basis van de standaard PCI Extensions for Instrumentation (PXI), een open en robuust pc-platform voor testen, meten en besturen dat modulair is uit te breiden. De NI-apparatuur vervangt de verouderde dedicated hardware waarmee de marine haar centrale scheepscomputers doorlicht, maar waarvoor geen onderdelen meer verkrijgbaar zijn.
De besturing van de computersystemen op een marineschip is in handen van een groot mainframe. Via een speciale achtpolige seriële TMIO/TMCU-bus communiceert deze machine niet alleen met de gebruikelijke randapparaten aan boord, zoals displays, geheugens, printers en tapestreamers, maar ook met de bijzondere peripherals, zoals radars, schermen op de brug en wapens. Het mainframe is niet direct te programmeren, maar laadt zijn software via het netwerk in van Compactflash of tape. Een speciale Portable Interface Computer (Pico) debugt, test en onderhoudt de machine met dedicated hardware die direct aansluit op de achtpolige seriële bus. Omdat er geen reserveonderdelen meer voor te bestellen zijn, vallen steeds meer van deze systemen uit. In totaal waren er zo‘n vijftig aan vervanging toe.
De marine heeft verschillende oplossingen bekeken, waaronder laptops met hardware op maat, PCI- en PXI-gebaseerde industriële computers. ’Laptopsystemen hebben het probleem dat marinepersoneel ze niet ziet als meetapparaten en ze daardoor vaak zou kunnen gebruiken om te e-mailen of te internetten‘, zegt Richard van der Weide van de Koninklijke Marine. ’De software raakt bovendien gemakkelijk beschadigd door andere installaties en meetbestanden raken snel zoek. Het nadeel van zowel laptops als PCI-oplossingen is dat ze niet modulair genoeg zijn voor toekomstige uitbreidingen en dat ze minder robuust zijn.‘


