Intel maakte begin maart bekend de blauwdrukken van zijn Atom-CPU‘s te poorten naar het technologieplatform van foundry TSMC. Tegelijk komt het met een aantal nieuwe modellen, gericht op automotive-infotainmenttoepassingen, high-end smartphones en industriële automatisering. Deze aankondigingen brengen niet een maar twee aardverschuivingen met zich mee, in de processor- en in de halfgeleiderwereld.
Om met de laatste te beginnen: de Amerikaanse chipgigant werd tot nu toe gezien als dat ene grote bedrijf dat zich kon onttrekken aan de toenemende vlucht naar foundry‘s door de alsmaar oplopende overheadkosten van chipproductie. Intel besteedde eerder al wel productie uit aan TSMC, maar dat betrof alleen componenten en chipsets, nog nooit CPU‘s. De markten waar ‘s werelds grootste chipfabrikant met zijn low-end Atoms op mikt, hebben echter aanzienlijk lagere marges dan de desktop-, notebook- en serverprocessoren waar het bedrijf zich traditioneel in begeeft. Zijn geavanceerde fabs vereisen hoge marges om winstgevend te zijn.
Aan de andere – onderbelichte – kant heeft Intel aangekondigd deze Atoms in licentie te willen geven voor gebruik in systeemchips. Derde partijen kunnen dus hun eigen Soc baseren op de X86-architectuur en integreren met de IP van andere leveranciers, net zoals dat nu kan met bijvoorbeeld Arm of Mips. Daarmee onderstreept Intel zijn voornemen om naar beneden te kruipen, richting internettabletten, netbooks, settopboxen, smartphones en andere consumentenelektronica.

