Panel-pc‘s rukken op. Ontwikkelaars kiezen graag voor een beeldscherm met geïntegreerde processoreenheid in plaats van het traditionele bedieningspaneel. De lokale intelligentie maakt betere interactie met de gebruiker mogelijk en kan een deel van de besturings-, regel- en visualisatietaken overnemen. In plaats van een toetsenbord wordt steeds vaker gekozen voor een aanraakgevoelig scherm.
De paneelcomputer zit in de lift, en niet alleen figuurlijk. Het aantal toepassingen van intelligente bedieningspanelen neemt snel toe. Waren ze oorspronkelijk vooral te vinden in productieomgevingen, nu kom je ze ook tegen op heel uiteenlopende plaatsen, van parkeergarages tot lijnbussen en van etalages tot operatiekamers. Die stijgende populariteit komt maar voor een deel door de gestaag dalende prijzen en het, bijna onvermijdelijke, continue opwaarderen van prestaties en capaciteit. Zeker zo belangrijk zijn de toenemende eisen van gebruikers op het gebied van interactie en visualisatie en het bijna standaard werken met LAN‘s, de ideale omgeving voor panel-pc‘s.
’De trend naar een lokale computer met direct daarachter een TFT-scherm zie je al veel langer en dat leidde tot geïntegreerde MMI-systemen‘, zegt Douwe Schoenmakers van Arcobel. ’Enkele jaren geleden ging het om schermen tot 10 of 12 inch, nu zijn ze vaak groter. Bovendien was toen Ethernet niet zo wijdverbreid als nu zodat voor de benodigde I/O extra modulen nodig waren. Dat maakten de systemen complexer en minder praktisch door hun diepe kast en grotere warmteproductie. Tegenwoordig gaat heel veel via het LAN; je hebt geen specifieke in- en uitvoerkaarten nodig maar stuurt de signalen gewoon naar een plek waar je ze gemakkelijk kunt afhandelen.‘