’Wat als Jack Kilby in de zomer van 1958 gewoon wél op vakantie was gegaan, in plaats van de chip uit te vinden? Had de geïntegreerde schakeling, de IC of de chip, zoals het ding in de volksmond heet, dan gewoon een paar weken later het licht gezien? Of was Kilby dan door het reguliere onderzoek in beslag genomen, en had het dan nog jaren geduurd?‘, schrijft Martijn van Calmthout in de Volkskrant van 30 augustus.
Kilby, die in 2000 de Nobelprijs voor de ontdekking van de IC kreeg, was in 1958 net in dienst getreden bij Texas Instruments en had daarom nog geen vakantiedagen opgebouwd. Omdat het Amerikaanse bedrijf zijn werknemers allemaal tegelijk op vakantie stuurde, moest Kilby in zijn eentje op de winkel passen. Hij gebruikte zijn kortstondige vrijheid om de transistor, weerstand en condensator bij elkaar te vegen tot één geheel. Daarom wordt de verjaardag van de chip gevierd op 12 september, de dag dat Kilby de eerste officiële demonstratie van zijn geesteskind gaf. Dit jaar wordt de chip vijftig.
Van Calmthout dist een leuke anekdote op, maar de wereld had echt niet veel langer op de chip hoeven wachten. Robert Noyce, medeoprichter van Fairchild Semiconductor en Intel, was hem namelijk ook al op het spoor. Kilby was de eerste die een IC in elkaar sleutelde en ook de eerste die patent aanvroeg, maar het was Noyce die het eerste patent kreeg. Een Nobelprijs heeft hij er nooit aan overgehouden. Hij overleed in 1990 en de hoogste wetenschappelijke eer wordt nooit postuum toegekend. Kilby moest hem trouwens ook delen, met de uitvinders van opto-elektronica.

