Recente gebeurtenissen bij Mapper geven weinig vertrouwen in een goede afloop, maar de schijnbaar eeuwige start-up heeft tot nu alle onheilsprofeten overleefd.
Grootspraak is Mapper niet vreemd. In 2005 zou het een derde van de lithomachinemarkt voor zijn rekening nemen, beloofde de CEO in 2002. Tot op heden zijn er twee machines verkocht. In 2007 wees medeoprichter Bert Jan Kampherbeek 2010 aan als het jaar dat zijn bedrijf de markt zou betreden, maar twee jaar later bleek die doelstelling alweer opgerekt naar 2012. Volgens de toenmalig financieel directeur zouden de aandeelhouders tegen die tijd ’honderden miljoenen‘ euro‘s hebben gevangen voor Mapper, dat zich in de loop van 2011 verbonden zou hebben aan een partner voor de productie en distributie van de machines. Het lag ’erg voor de hand‘ dat die partner ASML zou zijn.
Sinds die brutale uitspraken eind 2009 is het stil geworden in Delft. Het management is de pers gaan mijden, en doet dat nog altijd – dit jaar werd tweemaal een verzoek van dit blad afgewezen om bij te praten. Alleen op de mededeling van ASML, in januari van dit jaar, dat het definitief geen interesse heeft in Mapper wilde Kampherbeek nog wel publiekelijk reageren. Jammer, maar we gaan gewoon door, was toen de strekking. Op het al even weinig opbeurende nieuws afgelopen oktober dat Mapper in korte tijd de CEO, CFO en twee commissarissen had zien vertrekken, reageerde uitsluitend grootaandeelhouder Arthur del Prado in het openbaar. Overigens mag worden aangenomen dat Del Prado de koers uitzet bij de machinebouwer, al maakt hij geen deel uit van het management.


