Het Amerikaanse Molecular Imprint (MI) heeft een nano-imprintlithografische machine verkocht aan een ’grote geheugenfabrikant‘. De Imprio 250 maakt gebruik van MI‘s step-en-flashlithografie. Het maakt nanostructuren in polymeren door er een matrijs in te drukken. UV-licht hardt het materiaal vervolgens uit. Daardoor kan de machine op grote schaal dezelfde patronen repliceren. De techniek is aanzienlijk goedkoper dan de huidige optische methoden. De Imprio 250 wisselt voor 77.500 miljoen euro van eigenaar, terwijl een immersiescanner al gauw 20 tot 30 miljoen euro kost.
MI wilde de identiteit van de geheugenmaker niet prijsgeven. Bronnen binnen elektronicablad EE Times wijzen echter Toshiba aan. Eerder verkochten de Amerikanen hun nano-imprinters al aan HP, Motorola en diverse onderzoeksinstituten. Het Twentse Mesa+ heeft een Imprio 55 staan.
