Karen Gleason en collega-onderzoekers hebben de aanzet gegeven naar een hybride vorm van een led- en Oled-display, in de zin dat er in het lichtproducerende deel zowel organische als anorganische stoffen in verwerkt zijn. De HLed bestaat uit een geleidend polymeren substraat dat chemisch verbonden is aan een film van kwantumdots, lichtgevende nanokristalletjes. Deze kruisverbinding lost twee problemen op: het polymeer wordt veel minder gevoelig voor atmosferische invloeden en de laag van kwantumdots wordt er mooi uniform van.
Gevoeligheid voor zuurstof en water in de lucht is een typisch Oled-probleem. Niemand koopt een mobiel waarvan het scherm binnen een jaar is vervaagd. De lichtgevende polymeren moeten daarom heel goed worden ingepakt, wil hun levensduur acceptabel zijn. Op nanoschaal zijn verpakkingen echter in de regel zo lek als een mandje voor kleine moleculen als zuurstof en water. De ontwikkeling van goede verpakkingstechnologie en de procestechnologie die daar bijhoort, zijn de laatste bottlenecks die commerciële introductie van Oled-schermen in de weg staan.
De MIT-onderzoekers maakten luchtdichte verpakking overbodig door de reactieve plekken van de lichtgevende polymeren iets anders te doen te geven. Zij haakten er moleculaire draadjes aan, die aan de andere zijde verbonden werden met de kwantumdots. Deze nanodeeltjes worden daarmee netjes op hun plaats gehouden. Vanuit een productieoogpunt lost de organisch-anorganische kruisverbinding dus ook het probleem op hoe je een uniforme laag kwantumdots kunt deponeren: de chemische reactie trekt ze als het ware in het gelid. Het geheel is verder chemisch, elektrisch en mechanisch stabiel, met behoud van een van Oleds sterke punten: flexibiliteit.

