Nanowetenschappers worden steeds vaker moleculair-ingenieurs, die niet in de eerste plaats proberen te doorgronden maar hun eigen complexe systemen willen bouwen. De natuur dient daarbij vaak als inspiratiebron, zoals de synthese van een artificieel eiwitfabriekje door Engelse onderzoekers laat zien.
Als een van de meest fundamentele bouwstenen van het leven tref je het ribosoom in bijna iedere cel aan. Dit wonderlijke fabriekje spuugt eiwitten uit, de werkpaarden die het gros van de biologische functies verzorgen, variërend van stevigheid van weefsel (bijvoorbeeld van de huid) tot katalyse van chemische reacties (zoals de afbraak van alcohol in de lever).
Het ribosoom werkt als een soort turingmachine. Het neemt een ’tape‘ in van instructies afkomstig van het genetisch materiaal en brengt op basis daarvan specifieke aminozuren in elkaars nabijheid. Deze aminozuren koppelen aan elkaar en de aldus gegroeide streng vouwt zich na afloop op tot een eiwit. Het ribosoom brengt dus de DNA-code tot leven.