We vertrouwen nog steeds op zestig jaar oude inzichten om veiligheidskritieke systemen te ontwerpen, en die voldoen niet meer, vindt MIT-hoogleraar Nancy Leveson. Zij stelt een andere benadering voor geschoeid op de regeltechniek – en met inbegrip van de gebruiker. ‘Ongelukken gebeuren immers op het moment dat systemen worden gebruikt.’
Nancy Leveson raakt er soms wel een beetje gefrustreerd van: bedrijven in haar thuisland zoals Boeing, General Motors en Ford zijn dol op haar aanpak om veiligheidskritieke systemen bouwen, maar in Europa krijgt ze tot nog toe weinig voet aan de grond. ‘Misschien is het het not invented here-syndroom. En jullie benaderen engineering op een andere manier: Amerikanen zijn praktischer ingesteld, terwijl Europeanen altijd een formelere aanpak hebben gehad, wiskundiger’, zei ze als keynotespreker van de workshop ‘Safety for future systems: science meets industry’, afgelopen jaar in Leiden georganiseerd door onder meer de Europese ruimtevaartorganisatie Esa en de Universiteit Twente.
Leveson, MIT-hoogleraar Aeronautics and Astronautics én Engineering Systems, spreekt vanuit een lange ervaring in veiligheids-engineering. Ze onderzocht in de jaren tachtig het befaamde drama met de Therac-25-machine voor radiotherapie en werkte aan Tcas, het systeem dat piloten vertelt wat ze moeten doen om een op handen zijnde botsing in de lucht te vermijden. Ze adviseerde de onderzoekscommissies naar de rampen met de Columbia-spaceshuttle en Deepwater Horizon. Ze hielp mee aan het ontwerp van vliegtuigen, ruimtevaartuigen, auto’s, kerncentrales en petrochemische installaties. En ze reed Bush jr. in de wielen toen uit haar analyse bleek dat het geautomatiseerde raketverdedigingssysteem van de VS nog lang niet klaar was voor gebruik; het kon te makkelijk misgaan.
