Veel vrije software gebruikt versie 2 van de Gnu General Public License (GPL). Richard Stallman van de Free Software Foundation (FSF) stelde deze in 1991 op. Het belangrijkste principe achter de GPL is de garantie dat de software voor iedereen vrij te gebruiken is en blijft. Om dit te bereiken gebruikt de licentie het ’copyleft‘-mechanisme. Wie veranderingen aanbrengt aan de software en deze wil publiceren of commercieel uitbaten, moet de software ook onder de Gnu publieke licentie uitbrengen.
Op het moment werkt de FSF aan een nieuwe versie van deze licentie om nieuwe situaties het hoofd te bieden. Versie 3 van de GPL handhaaft het basisprincipe van copyleft, maar specificeert expliciet zijn standpunt tegenover softwarepatenten, digitaal rechtenbeheer (DRM) en compatibiliteit met andere licenties. Het FSF maakte de eerste conceptversie van de nieuwe GPL in januari openbaar. Op basis van het publieke commentaar zal er in juli een de concept verschijnen. Tegen oktober moet de nieuwe versie klaar zijn.
In zijn keynote-speech op FOSDEM lichtte Richard Stallman de aanpassingen toe. Hij is een sterke tegenstander van DRM: ’Deze bedrijven maken computers waar de mensen nog moeilijk controle over kunnen uitvoeren.‘ Dit is onverenigbaar met de idee van vrije software maar versie 2 van de GPL laat digitaal rechtenbeheer toe. ’GPLv2-software met DRM is dus theoretisch gezien wel vrij, maar in de praktijk niet‘, aldus Stallman. GPLv3 eist dat de softwaremaker de sleutel geeft die nodig is om de veranderde software te draaien. Ook op het gebied van softwarepatenten eist de GPLv3 gebruiksvrijheid. Distributeurs van GPL-software geven met de nieuwe versie automatisch een niet-exclusieve, royaltyvrije en wereldwijde licentie voor alle patenten die ze in de software gebruiken. Alle gebruikers die de software ontvangen krijgen dit recht. Ook als de distributeur een licentie heeft op een patent van een derde partij eist de GPLv3 dat de gebruikers hier een licentie voor krijgen.