Shuji Nakamura was al een beroemdheid in Japan voordat hij de Nobelprijs voor de fysica won. Van de andere twee winnaars, Isamu Akasaki en Hiroshi Amano, had het grote publiek nog nooit gehoord, maar eigenlijk waren zij net iets eerder met de blauwe led.
Het verhaal van Shuji Nakamura is er een van de eenzame uitvinder die zijn eigen plan trekt. Werkend bij Nichia Chemical Industries op het vrij onontwikkelde Japanse eiland Shikoku wilde Nakamura in 1988 een blauwe led maken met behulp van galliumnitride. Dat twee decennia onderzoek aan deze halfgeleider weinig meer had opgeleverd dan frustratie, deerde de jonge elektrotechnicus niet. Hij vond Nichia-eigenaar Nobuo Ogawa bereid de uiterst risicovolle research te financieren – het moet een van Ogawa’s beste beslissingen ooit zijn geweest – en ging aan de slag. Met zelf gemodificeerde apparatuur en een engelengeduld probeerde hij het winnende recept te ontfutselen aan galliumnitride.
Toen het hem een paar jaar later was gelukt, liep heel Japan uit. Het sprookje van de onverstoorbare onderzoeker die werkend bij een klein bedrijfje en ver verwijderd van de academische elite een doorbraak realiseert, resoneerde bij het werklustige Japanse volk. Nakamura werd op slag een held; er is zelfs een boek over hem geschreven.

