Aanraakschermen zijn zo succesvol dat er dit jaar waarschijnlijk voor meer dan tien miljard dollar in zal worden omgezet. Tieners van nu, opgroeiend met smartphones en tablets, vragen zich af hoe de mensheid ooit zonder heeft gekund, maar merkwaardigerwijs werd de technologie pas populair toen de belangrijke patenten al verlopen waren. Nu is de opmars niet meer te stuiten.
Het is fascinerend om te zien wanneer en waarom een nieuwe technologie opeens door de wereld wordt omarmd. De eerste patenten voor resistieve en capacitieve touchscreens dateren al uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw en in de jaren daarna zijn vele pogingen gedaan de technologie te commercialiseren. Begin jaren tachtig bouwde General Motors bijvoorbeeld een aanraakgevoelige monochrome CRT in het dashboard van zijn Buick Riviera‘s, voor bediening van de stereo en de klimaatregeling, maar echt aanslaan deed het niet; klanten vonden het weinig meerwaarde hebben, de betrouwbaarheid liet te wensen over en GM stopte ermee.
Ondertussen verzonnen ontwikkelaars aan de lopende band nieuwe technische oplossingen om op een schermoppervlak de positie van een vinger of pen te meten. Experts in human-computer interaction (HMI) publiceerden in de tachtiger jaren al over gestures en meerdere gelijktijdige aanrakingen (multitouch) om een systeem via een display opdrachten te geven. Alle ingrediënten voor een zegetocht van deze elegante mens-machine-interface waren aanwezig, maar helaas, tot de eeuwwisseling waren touchscreens voornamelijk te vinden in relatief kleine, professionele marktsegmenten. Het wachten was op de grote doorbraak.