In de softwarewereld geldt al sinds jaren het Capability Maturity Model (CMM) als standaard voor softwareproceskwaliteit. Het uit 1990 stammende model is zowel een maat voor proceskwaliteit, als een stappenplan voor procesverbetering. Opvolger is het Capability Maturity Model Integration (CMMI), voor het eerst vrijgegeven in 2001. Het CMMI is niet alleen uitgebreider en verbeterd ten opzichte van het CMM, maar laat ook een keuze voor de te volgen weg naar hogere proceskwaliteit. Lopen we met deze flexibiliteit niet het risico om de weg kwijt te raken?
De kwaliteit van het proces waarmee een systeem is ontwikkeld en wordt onderhouden, bepaalt in hoge mate de kwaliteit van dat systeem. Oftewel proceskwaliteit is een noodzakelijke voorwaarde, maar niet de enige. Kennis, vaardigheden en motivatie van de betrokkenen zijn eveneens broodnodig. Alsook de kwaliteit van de gebruikte hulpmiddelen en technologieën. Echter, zonder een goed begrepen en uitgevoerd proces komen zelfs de beste mensen en hulpmiddelen niet tot hun recht.
Een eenvoudig voorbeeld: boodschappen doen in de supermarkt. Wie zonder boodschappenlijstje winkelt, loopt een grotere kans om producten te vergeten of overbodige waren te kopen. Daar is weinig fantasie voor nodig. Dat is ook de eerste stap in de verbetering van de softwareproceskwaliteit: eerst een lijstje maken. In termen van het Capability Maturity Model (CMM) is dit te vergelijken met requirementsmanagement.