Als u naar deze pagina kijkt, valt u waarschijnlijk niets bijzonders op. De letters zijn scherp, de kleuren uniform. Toch is de kwaliteit van dit drukwerk beroerd, dat wil zeggen naar elektronische maatstaven. Een resolutie van 300 DPI is niets om over naar huis te schrijven en wie een gekleurd vlak van dichtbij bekijkt, zal constateren dat het blauw van bijvoorbeeld de balk boven aan de pagina niet overal even blauw is. Drukkers komen weg met dit broddelwerk dankzij de gebreken van het menselijk oog, maar om schermen, geheugens, lampen en andere elektronica te drukken, moet er echt een schepje bovenop.
Wie zich niet door het ICE-debacle liet tegenhouden – de Deutsche Bahn haalde al zijn snelle treinen uit de roulatie – kon zich vorige week in Berlijn laten informeren hoe ver de kloof tussen traditioneel drukwerk en geprinte elektronica is geslecht. De Duitse hoofdstad was namelijk gastheer van de vierde internationale editie van de Plastic Electronics Conference. Daar verzamelden zich vooral Europese bedrijven die munt willen slaan uit zo‘n vijfentwintig jaar onderzoek, en wetenschappers die bezig zijn de puntjes op de i te zetten.
Het is deze combinatie van een zoekende markt in wording en keiharde wetenschap die geprinte elektronica – en het conferentiebezoek – zo fascinerend maakt. Voor de duidelijkheid: geprinte elektronica is strikt genomen niet hetzelfde als organische, aangezien je ook anorganische verbindingen kunt printen. Organische elektronica staat echter vooral in de belangstelling vanwege de mogelijkheid het goedkoop te kunnen drukken. De termen worden meestal door elkaar gebruikt.
