We hoeven geen revolutionaire doorbraken meer uit Nederland te verwachten – dat heb ik inderdaad tegen het Financieele Dagblad gezegd. Dit tot chagrijn van Hightechxl-boegbeeld Guus Frericks, die vindt dat het innovatieve vermogen van Nederland helemaal op punt is. Maar wat is een revolutionaire doorbraak? Daar lijken Frericks en ik verschillend over te denken.
Geen van de voorbeelden die Frericks in zijn artikel aanhaalt, zou ik als revolutionaire doorbraak willen bestempelen. Om te beginnen omdat ze commercieel nog weinig voorstellen. Ambtenaren van de Europese Commissie bepalen niet welke technologie een succes wordt, en al helemaal niet wie daar de vruchten van plukt. De handschoen van Manus en de elektrische deelauto Amber One: hartstikke leuk en vooral mee doorgaan, maar een doorbraak? Nee, nog niet. Als voorbeeld van een succesvol open-innovatie-initiatief had ik eerder de Phenom-tafelmicroscoop genoemd – en niet alleen omdat daarin Natlab-wortels zijn te herkennen.
Met de lijstjes die Frericks aanhaalt, heb ik ook weinig. Eindhoven de meest innovatieve stad? Ja, omdat er de meeste patenten per inwoner worden geschreven. Stuur alle laagopgeleiden weg en je hebt een nog betere score.

