Natuurlijk had ik vroeger een Lego- en een Meccano-doos. Ik had ook een elektrodoos van Philips waarmee je een schakeling met weerstanden, condensatoren en twee transistoren kon bouwen. Ik begreep alleen nooit waarom de transistoren zo snel kapot gingen. Mijn tijd kwam met de eerste Z80-microcomputer. Die kon je met hexadecimale assemblycode programmeren. Bij mijn studiekeuze kon ik kiezen tussen wis- en natuurkunde, landbouwkunde, techniek of medicijnen. Bij een keuze voor wis- en natuurkunde moest ik een verhaal hebben waarom ik dat niet in Nijmegen zou doen. Wij woonden toen in Nijmegen. Landbouw had mijn vader al gedaan, dus werd het techniek of medicijnen.
Misschien had ik voor medicijnen moeten kiezen. 90 procent van de boven de Balkenende-norm verdieners zijn medische specialisten in een academisch ziekenhuis. Ingenieurs verdienen aanmerkelijk minder. Sinds de Middeleeuwen weten wij dat gildestructuren tot hoge beloningen kunnen leiden. Ingenieurs hebben geen gilde met eigen accreditatie en een door de overheid getolereerde instroombeperking. De verschillen in beloning van beide beroepsgroepen kunnen, om het voorzichtig te zeggen, hiermee verband houden. Ik heb met veel plezier voor werktuigbouwkunde gekozen. Elektrotechniek viel af want ik had wat tegen transistoren.
Nog altijd ben ik gelukkig met die keuze. Als ik naar mijn eigen kinderen luister, begrijp ik dat zij denken via een economische studie een gelukkige toekomst te krijgen. Een kwart van de econometristen zou miljonair worden. Jongeren zijn op de leeftijd van hun keuze nog flexibel en kiezen in zekere zin opportunistisch. Maar zij kiezen zelf, niet wij als ouders of als toekomstige werkgevers.