Beveiliging is een onderwerp van extremen. Dat is precies wat het spannend maakt. Versleutelen is een kant van beveiliging die het meest tot de verbeelding spreekt. Ik herinner me het geheimschrift uit ’Walt Disneys handboek voor jongens‘ nog waarvan verder alleen de mastworp is blijven hangen.
In de grotemensenwereld is geheimschrift al lang populair in militaire kring. Simon Singh vertelt daar heel meeslepend over in ’The code book‘. Spannender dan een James Bond-film, onder meer door de rol die Ian Fleming er zelf in speelt. De boodschap die met grote knipperende neonletters uit dit boek springt is: alles wat u weet over versleutelen, is onjuist. Omdat er veel op het spel staat, wordt er in stilte gewerkt aan technieken om informatie te beveiligen en, nog belangrijker, stiekem te ontcijferen.
Die stilte kan lang worden volgehouden. Het verhaal over het kraken van de Duitse Enigma-machine op Bletchley Park, dat ’The code book‘ uiteraard beschrijft, is tot 1970 vertrouwelijk en dus onbekend gebleven. Een ander mooi voorbeeld: de RSA-versleuteling werd in de jaren zeventig in de VS uitgevonden, maar het principe erachter was jaren eerder ook al ontwikkeld door de Britse geheime dienst GCHQ. Die dienst hield de kennis voor zich, maar de anonieme bedenkers zullen met gemengde gevoelens het bedrag hebben aangezien dat EMC voor RSA heeft neergeteld.
