In de wereld van de algemene IT praten architecten al jaren over integratie en compositie van systemen als alternatief voor de ontwikkeling van maatwerkapplicaties. Maar wat een keuze voor integratie en compositie nu precies betekent, is nog steeds niet duidelijk. Hebben we het dan over databasepakketten als DB2 of Oracle, waar we vervolgens weer van alles omheen moeten programmeren om de samenwerking met een middlewareproduct als IBM Websphere te realiseren? Of moeten we toch meer denken aan een relatieve nichemarkt van domeinspecifieke functionele bouwstenen?
Alle mooie verhalen over systeemintegratie en -compositie ten spijt, maken organisaties de benodigde IT-componenten toch nog steeds het liefst zelf. Dit uit concurrentieoverwegingen: we willen niet dat alles bij ons net zo werkt als bij de rivaal, en zeker niet dat die hiervan afweet. Daarnaast houden we oude systemen in de lucht in afwachting van een goed moment om ze te vervangen en te integreren. Dit uit financiële overwegingen: integratie kan goedkoop zijn, maar we willen ook maximaal verdienen aan wat we afdanken.
Bij systemen in de wereld van verkeer en vervoer zien we iets vergelijkbaars. Elk infrastructuurprobleem krijgt zijn eigen IT-oplossing: filedetectie, informatievoorziening langs snelweg en spoor, we bouwen zelfs verschillende beveiligingssystemen voor een en dezelfde tunnel. Tegelijkertijd ontwikkelt elke autofabrikant zijn eigen boordcomputers, motormanagement- en multimediasystemen, of laat deze volgens specificatie bouwen door de bekende eerstelijnsaanbieders.