Klimaatverandering door menselijk toedoen vraagt om snel handelen. De technologie met het grootste potentieel – zonne-energie – verdient daarom een duwtje in de rug, vindt ’Mr. Solar Nederland‘ Wim Sinke.
The Economist grijpt het geval Solyndra aan om te illustreren dat ’subsidies‘ in de brede zin van het woord de zonne-energiesector geen goed doen. Daarbij wordt meteen ook een uitstapje gemaakt naar de Europese ’subsidies‘ voor marktontwikkeling en in het bijzonder de terugleververgoedingen in een aantal landen. Die zijn weggegooid geld, daar komt het verhaal op neer. Ik ben het zeer oneens met de naar mijn overtuiging simplistische generalisatie die de auteur maakt.
Ik ben de eerste om te erkennen dat subsidies alleen moeten worden verstrekt om marktfalen te compenseren. Ze zijn in zeker opzicht een noodzakelijk kwaad, maar daarom nog niet uit den boze. Op het gebied van energie en klimaat faalt de internationale markt op een formidabele manier. De wereld probeert uit alle macht om internationale afspraken te maken die leiden tot (onder meer) reductie van CO2-emissies. Je hoeft geen zwartkijker te zijn om te zien dat dat gewoon niet lukt en zeker niet op tijd. Wij hebben de pijngrens van klimaatverandering en andere energiegerelateerde ongemakken nog niet bereikt en daarom is de drang om te handelen nog niet sterk. Zo werkt het in het klein bij individuen en zo werkt het ook in het groot bij landen.
