De interesse van de industrie in zonne-energie is eigenlijk te laat, liet Eukep-denktank-voorzitter Henk de Vries zich vijftien maanden geleden al ontvallen op een event dat juist bedoeld was om de Nederlandse hightech aan te sporen aansluiting te zoeken bij de solarmarkt. Sindsdien is er niet niets gebeurd, maar het is fair om te zeggen dat het tot deze zomer heeft geduurd voordat er een initiatief met onverholen ambitie aan het licht is gekomen. Ik ben er echter nog niet van overtuigd dat hiermee eindelijk kiem is gelegd voor de grootschalige solarbedrijvigheid waarop ik – en velen met mij – had gehoopt.
Ik heb het over Solliance, een krachtenbundeling op initiatief van ECN, Holst Centre, TNO en de TU Eindhoven. De vier onderzoeksinstellingen willen expertise en kennis – te beginnen met hun eigen – uit de driehoek Eindhoven-Leuven-Aken afstemmen en combineren met de bedoeling deze regio op de kaart te zetten als wereldspeler in de zonne-energie. Op 1 juni werd de geboorte van Solliance officieus wereldkundig gemaakt aan een select gezelschap; de echte aftrap is waarschijnlijk pas dit najaar. Tot die tijd mag de industrie meedenken met de uitwerking van het initiatief en worden er ijverig nieuwe partners geworven. Contacten met Imec en de RWTH Aken zijn al gelegd.
Het is hoog tijd dat het fraaie en uitgestrekte maar versnipperde Nederlandse PV-onderzoekslandschap onder één paraplu wordt gebracht – dat is hoe dan ook de winst van Solliance. Het getuigt daarnaast van visie om noch Brabants noch Nederlands te denken, maar zoveel mogelijk topexpertise binnen en net over de landsgrenzen erbij te betrekken. Wie de concurrentie aan wil met Dresden in het oosten en Grenoble in het zuiden, waar de Fransen as we speak aan een vergelijkbaar plan werken, kan zich geen provincialisme veroorloven.

