De terugroepactie van Toyota – en in zijn kielzog Peugeot, Citroën en Honda – heeft het vertrouwen in software geen goed gedaan. Hoewel het vastzittende gaspedaal naar alle waarschijnlijkheid mechanisch van aard was, wezen beschuldigende vingers al snel naar de toenemend computerisering van auto‘s. Het daaropvolgende euvel met het remsysteem van de Priussen bleek wel een heuse softwarefout te zijn. En die vermaledijde programmatuur is nu eenmaal niet te vertrouwen, is het algemene sentiment.
Het is zeker niet de eerste keer dat er fouten in productiewagens worden ontdekt, met bijbehorende slachtoffers. Terugroepacties van auto‘s zijn er dan ook wel meer geweest. Aan sommige lagen softwarebugs ten grondslag, bij andere waren ontwerp- of constructiefouten de reden. In 2004 moest Porsche bijvoorbeeld auto‘s terughalen omdat een veer in de handrem schade kon veroorzaken aan de elektronica.
Mechanisch, elektronisch of softwarematig, feit is dat auto‘s steeds complexer worden. En dat levert een exponentieel groeiend aantal plekken op waarop het fout kan gaan. Een moderne auto heeft tientallen processoren onder de motorkap voor functionaliteit variërend van de centrale deurvergrendeling tot ruitenwissers, motormanagement en remkrachtregeling. Tegelijkertijd wordt de elektronica zelf ook steeds complexer. Denk aan de ontwikkelingen op het gebied van multicore. Maar die toenemende complexiteit is noodzakelijk om steeds comfortabeler en zuiniger te kunnen rijden.