Don’t fix what isn’t broken is vaak een degelijk advies, maar niet altijd. Voor technologische vooruitgang is het immers noodzakelijk om het oude overboord te kieperen en in te ruilen voor iets nieuws.
Neem Grace Hopper, de computerpionier die een van de eerste computers programmeerde: de Mark I uit 1944. De Mark I werkte op mechanische schakelaars die werden bediend met elektromotoren. Hij kon volledig worden geprogrammeerd door programma en data in te laden vanaf een papieren strook. Daarna kon hij zonder menselijke interventie dagen doorwerken.
De elektronische buizencomputer Eniac uit 1946 was veel sneller, maar lag door een programmawijziging soms meer dan een dag stil, aangezien het programma niet in het geheugen was opgeslagen. Hopper was daarom aanvankelijk niet erg onder de indruk van de Eniac. Toch werkte ze een paar jaar later bij het bedrijf dat de rekenmachine had ontworpen – ze zag tijdig in dat elektronica de toekomst had.
