E.B. vraagt:
Ik ben directeur bij een jong fabless IC-bedrijf. Op dit moment ben ik druk in onderhandeling met een nieuwe systeemarchitect die ons ontwikkelteam moet komen versterken. Zijn cv is indrukwekkend, dus ik ben best bereid in de buidel te tasten om hem binnenboord te halen. Maar hij stelt wel erg hoge eisen, vind ik. Om te beginnen, staat hij erop dat hij een parttime betrekking krijgt. Dat lijkt niet extreem, maar het probleem is wel dat hij één dag in de week bij zijn huidige werkgever wil blijven werken. Dat bedrijf werkt, zoals wij te weten zijn gekomen, aan de ontwikkeling van concurrerende producten. Hoe kan ik dit voorkomen? Zou een concurrentiebeding werken?
Zijn tweede dwingende eis is dat hij wil delen in de winst die we maken op basis van zijn inbreng. Hij wil zijn huidige kennis officieel laten vastleggen. Als onze producten winst gaan maken met input die hij heeft geleverd op basis van dit IP, wil hij daar een percentage van. Nu gebeurt het wel eens dat ik een medewerker beloon voor een patent dat hij heeft gekregen. Maar eerlijk gezegd, vind ik de eis van deze kandidaat buiten proporties. Of denkt u dat hij zijn geld waard zal zijn?
De headhunter antwoordt:
Werknemers zijn het kapitaal van de onderneming. Dit principe is tegenwoordig vrij algemeen in het bewustzijn verankerd. Sommige professionals combineren dit zelfbewustzijn met een onvervalst assertieve onderhandelingstechniek. Indien je niet adequaat reageert, leidt die tot het afketsen van een overeenkomst of tot een ongunstig contract.
Een parttime dienstverband is niet noodzakelijkerwijs een no go, zolang de medewerker maar voldoende tijd kan besteden om de functie naar behoren in te vullen. Dat hij de resterende tijd echter aan concurrerende activiteiten wil werken, is ontoelaatbaar. Nu kan dit punt een slimme onderhandelingszet zijn om elders meer uit te halen, maar dit kun je niet over je kant laten gaan. Een concurrentiebeding met bijbehorende boeteclausule is in dit soort gevallen onmisbaar.
Het verschijnsel winstdeling voor medewerkers en zeker sleutelspelers is in een start-up heel normaal. Dit gaat altijd via de weg van aandelenopties of andere waardepapieren. Ik neem aan dat de aandeelhouders onder voorwaarden bereid zullen zijn om ook hem mee te laten delen in de winst, zolang zij er zelf ook maar baat bij hebben.
Het lijkt me nuttig even in te zoomen op zijn precieze voorstel. Vooreerst is het vastleggen van specifieke kennis/specifiek IP tegenwoordig eenvoudig te realiseren middels registratie als I-Depot bij Bureau Benelux Intellectuele Eigendom (BBIE). Dit is de door de Nederlandse Organisatie van Uitvinders (Novu) geadviseerde en gangbare manier.
Waar het nu om gaat, is dat de kandidaat zegt dat hij wil meedelen in de opbrengst van door hem ontwikkeld IP vóór indiensttreding, dat hem persoonlijk toebehoort, indien dit wordt gebruikt bij productontwikkeling. Daar is niets op tegen omdat het IP in zijn bezit is. De nieuwe medewerker wordt echter juist ’ingehuurd‘ om nieuw IP te ontwikkelen en mitsdien aan bij andere partijen verblijvend IP voorbij te gaan.
De voorgestelde 5 procent ASP van de door hem gegenereerde patenten in het verleden lijkt mij heel acceptabel gezien de specifieke situatie. Wat ik wel wil opmerken, is dat een werkgever een nieuwe medewerker altijd zal willen aannemen vanwege zijn specifieke kennis en ervaring, kortom zijn ’IP‘.
