Een jaar of zeven geleden verliet een aantal van mijn toenmalige collega‘s het veilige nest om een softwarearchitectenbureau op te richten. Als ik me goed herinner, hebben ze dit vijftien maanden volgehouden. Heel veel beoogde klanten brachten hun dezelfde boodschap waar hun collega‘s in de detachering vaak tegen aanlopen: een architect heeft een heleboel kennis van de producten waarvoor hij staat, en bedrijven zien op zo‘n sleutelpositie het liefst een vaste kracht zitten. Uitbesteden van de architectuur aan een extern bureau is al helemaal geen optie.
Onlangs benadrukte Mathieu Goudsmits dit nog eens in zijn presentatie op het Ooti-symposium aan de TU Eindhoven. Hij vertelde er over het A-team: de perfecte combinatie van een vaste architect en een vaste productmanager, beiden diepgeworteld in het bedrijf, die samen op pad gaan om nieuwe producten te definiëren en te ontwerpen.
Toch zie ik een opening. Er is de laatste tijd een aardig aantal grotere bedrijven, Philips voorop, die de boodschap verkondigen dat ze zich meer en meer willen richten op marketing en sales en minder op ontwikkeling. Dat is interessant, want wie moet dan de ontwikkeling doen? Philips en anderen hebben inmiddels een aantal spin-offs in nichemarkten volledig losgelaten. Ik verwacht niet dat die spin-offs straks staan te springen wanneer hun eigen product alsnog onder Philips-naam op de markt komt – dat lijkt mij hun eer te na.