Netwerkprocessoren zijn relatief onbekend maar cruciaal voor de doorstroming op onze digitale snelwegen. Met de Octeon van Cavium als voorbeeld legt Johan Kleuskens van Phact uit waarin deze gespecialiseerde dataverwerkers zich onderscheiden van generieke cpu’s en hoe ze zijn in te zetten om de systeemprestaties een boost te geven.
De opkomst van het internet heeft sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw een verscheidenheid aan netwerksystemen met zich meegebracht, zoals dsl-modems, ethernetswitches en nat-routers. Hun architectuur heeft in de loop der jaren grote veranderingen doorgemaakt. In eerste instantie gebruikten de apparaten generieke processoren met alle functionaliteit in software geïmplementeerd. Vanaf eind jaren negentig kwamen daar asics en fpga’s bij die de complete verwerking van de datapakketten overnamen en zo de hoofdprocessor ontlastten.
Fpga’s en zeker asics zijn echter inflexibel. Dat werd een probleem toen in het begin van dit millennium de behoefte aan nieuwe netwerkfunctionaliteit sterk toenam. De chipfabrikanten kwamen daarop met een oplossing die beter aansloot bij de dynamische vraag: de netwerkprocessor. Deze combineert de flexibiliteit van software met de hoge verwerkingssnelheid van hardwaremodules. Een veelgebruikte netwerkprocessor is de Octeon van het Amerikaanse Cavium.
