Cyberaanvallen op onze kritieke infrastructuur voor terrorisme, sabotage of commercieel gewin zijn niet hypothetisch meer. Helaas brengt een betere bescherming van de netwerken ook een aanzienlijke toename van de beheerskosten. Sandro Etalle en Marcel Jutte leggen uit wat er kan worden gedaan.
Tot niet zo lang geleden werden cyberaanvallen vooral voor de lol uitgevoerd. Dit is in de laatste paar jaren compleet veranderd. Tegenwoordig wordt een groot deel van cyberaanvallen uitgevoerd voor economisch of politiek gewin door gemotiveerde en goed gefinancierde criminele organisaties, door concurrenten, door cyberterroristen, cyberactivisten en zelfs door de staat gesponsorde overheidsinstanties.
De door een staat gesponsorde Stuxnet-worm werd in 2010 gebruikt om het Iraanse nucleaire programma te vertragen. Door velen bestempeld als eerste cyberwapen heeft het brede publieke aandacht gekregen. Maar het is slechts het topje van een snel groeiende ijsberg met grote impact op de gehele industriële branche. Hedendaagse malware wordt veel gebruikt voor het uitvoeren van industriële spionage en sabotage. Voorbeelden van geavanceerde malware zijn Duqu, Flame en niet te vergeten de tools die worden gebruikt door het Red October-netwerk, dat jarenlang onopgemerkt bleef. Zelfs Frankrijk heeft de VS beschuldigd Flame in te zetten om het netwerk rondom de president te hacken en te bespioneren.

