De column van Wim Hendriksen in Bits&Chips 2, 2009 lijkt zoals gewoonlijk te sluiten als een bus. Toch krijg ik, na het laten bezinken van zijn redenatie, het idee dat hij zich van zijn romantische kant laat zien. De vaker mank gaande vergelijking tussen wat wij software- en systeemarchitectuur noemen en wat de bouwwereld als architectuur is gaan bestempelen, klopt ook hier niet.
Wim geeft zelf al aan wat de risico‘s zijn als een architect bouwkunst bedrijft in plaats van bouwkunde: oneindige meerkosten en een flink langere realisatietijd. In de hightech wordt hier – niet altijd, maar steeds meer – anders mee omgegaan. Inderdaad is architectuur op een aantal punten leidend, maar de architect van een printer, stepper of transportsysteem krijgt zelden of nooit de artistieke vrijheid die de ontwerper van het operagebouw in Sydney wel had. Doorlooptijd van een realisatietraject en begrenzingen aan de te maken kosten zijn meestal bij voorbaat al op hoofdlijnen vastgelegd en als beperking neergelegd bij de architect.
Er zijn uitzonderingen, maar alleen in markten als die waarin ASML acteert en waar ontworpen wordt rond technologieën die nog in ontwikkeling zijn. Elders worden we er al bij voorbaat op gewezen, zeker in deze tijd, dat systeemontwikkeling in een productorganisatie minder vrijheid kent dan een door de overheid gesubsidieerd prestigeproject. Overigens laten de perikelen rond de bouwactiviteiten in Beijing, voorafgaand aan de laatste Olympische Spelen, zien dat ook de bouwwereld minder vrijheden krijgt naarmate het commerciële belang toeneemt.